We hebben prima geslapen en worden wakker in een rustig Rivière nabij Profondeville. Gisteren hebben we met 30 kilometer een stuk doorgezet, waardoor de route van vandaag een kilometer of zes korter zal zijn. Na een ontbijtje kunnen we die kant op. We parkeren een paar kilometer verderop bij het treinstation van Lustin aan de overkant van de Maas. De parkeergelegenheid is er ruim en zo te zien vrij recent aangelegd. Op het perron kopen we een kaartje. Wat ons opvalt is dat dit perron nauwelijks verhoging kent. De laatste 20 jaar zijn overal persons verhoogd zodat je bijna gelijkvloers een trein in kunt stappen. Hier ligt het perron, niet meer dan een veredelde grindbak, maar net hoger dan het spoor zelf. Dit zou bijna uitnodigen zo over te steken naar perron 2, maar toch nemen we zoals het hoort het voetgangerstunneltje.
Na een half uurtje wachten brengt de trein ons in een paar minuten naar het station van Namur. Vanwege de wat schralere weekendregeling moeten we drie kwartier wachten op onze aansluiting. Om wat tijd te doden lopen we een rondje door de stationshal, waar het ’s ochtends vroeg al naar Churros en Belgische wafels ruikt. Het station ziet er wat gedateerd uit en doet eerder denken aan een naoorlogs vliegveld. Ruim op tijd komt onze trein voorrijden en rijden we opnieuw in een paar minuten naar bestemming Marche-les-Dames.
Langs een enorm militair oefenterrein dat we denken te herkennen van een Kamp van Koningsbrugge of Kamp Waes, trekken we terug richting de route. Gisteren waren we een kleine kilometer afgeweken om terug te keren naar de auto bij het station. Nu sluiten we weer aan ten hoogte van de Abdij Notre-Dame du Vivier. Misschien is dit overigens ook wel een goede plek om een stempel te vragen. We wagen het er op het vragen bij eetgelegenheid La Chapelle of ze van een stempel weten. En inderdaad, de opgewekte mevrouw die druk bezig is hier een receptie voor te bereiden, haalt na even zoeken de abdijstempel tevoorschijn. Een mooie ouderwetse, en in rode inkt afgedrukt.
Pauze in de schuilhut
Met de lange dag van gisteren en de steile heuvels in het vooruitzicht ondersteunt Baudien haar knie alvast met een zachte brace. De blessure van dit voorjaar is nog niet helemaal hersteld. Wat extra ondersteuning is in deze omstandigheden niet verkeerd. Langs de ommuurde abdijtuinen slaan we af de bossen en de steilere heuvels in. Aan de weg staat een bord dat doorgaand wegverkeer verboden is, behalve voor de forestier (de boswachter). Maar aangezien diverse gevallen bomen soms zelfs het pad belemmeren is deze boswachter al even op vakantie, met ziekteverlof, of met pensioen (doorhalen wat niet van toepassing is).
Na een paar kilometer is het tijd voor een verplichte pauze om de beentjes te laten rusten. We treffen een schuilhutje dat zijn beste tijd wel gehad heeft, maar het bankje zit voor nu prima. Langs een onthande Jezus in een straatkapel komen we aan in het dorpje Beez, en lopen we direct aan de Maas over een promenade. Aan onze zijde steeds met diverse huisjes. Aan de overkant regelmatig rotspartijen of grote villa’s in de lokale Villa Mosana-stijl. Grote woon- of vakantiehuizen met een combinatie van houtwerk, lokaal steen en Art Nouveau hekwerken. Ooit gebouwd door de welgestelden die hier hun pracht en praal wilden showen aan de Maas.
Tot aan een complex met een werf en oude fabriekspanden wordt de route goed aangegeven. Maar daarna raken we het overzicht kwijt. Geen stickers meer. Een 70-weg langs vervallen loodsen en bij een afrit omhoog. Later bij thuiskomst zal blijken dat de route hier is omgelegd en we deels op oude stickers en oude GPX hebben gelopen. Tegen het verkeer in weten we de weg over de stuw te bereiken en steken de Maas over naar Jambes.
We lopen zo’n anderhalf kilometer langs de binnenbocht van de Maas en komen dan aan bij de Pont des Ardennes. De brug die het zuidelijke deel van Namur verbindt met het stadscentrum. Tijdens het oversteken van de brug krijg je zicht op de grote stenen Citadelle. Dit vroegere verdedigingsbouwwerk is de rotsen gebouwd op het puntje tussen de rivieren La Sambre en de Maas. Aan de overkant van de brug komen we aan bij een rotonde met een bronzen beeltenis van twee steltlopers. De ene lijkt de ander om te duwen. Dan schiet Jan een herinnering te binnen. Een eerdere internationale collega woonde in Namur en had al eens verteld over de jaarlijkse steltlopersgevechten. Het zou er stevig aan toegaan bij dit volkse ritueel. Grappig dat we juist dit beeld passeren.
Steltlopers
We lopen verder het centrum terwijl we zo nu en dan mensen in feestelijke carnavaleske kleding zien voorbijlopen. Er is een straat afgesloten voor wegverkeer omdat ze er traditionele spelletjes en een kraampje aan het opbouwen zijn. Het lijkt wel of er vanmiddag een lokaal feest is? Met elk straatje dat we verder komen zien we meer mensen uitgedost in vrolijke kleuren, totdat… we een groepje manen in gestreept rood en wit en bijkleurende houten stelten zien. Net als dat bronzen beeld? Ja hoor, het blijkt precies dit weekend het grote volksfeest te zijn waarbij de steltlopersgevechten een belangrijk onderdeel zijn. Wat een timing.
Onderweg naar de Jacobskerk nemen we plaats bij een kleine koffiebar. We bestellen een chaud=warm broodje een een ijsthee passievrucht-vanille. Terwijl we dat oppeuzelen komen er als maar meer feestgangers voorbij. Voor ons gevoel vergezeld van bijna eventueel politie, marechaussee en andere veiligheidsmensen. Ze nemen veiligheid hier blijkbaar serieus. Het broodje en de drankjes smaakten prima, maar nu is het tijd voor de stempel. Namur is één van de belangrijke knooppunten van Jacobswegen in België. Hier kruisen de Via Monastica (vanaf regio Eindhoven zuidwaarts), en de Via Mosana (vanaf Maastricht of Aken westwaarts) en voeren langs de Jacobskerk in de Jacobsstraat. Daar moeten we zijn. Maar daar aangekomen treffen we niets anders dan een dichte deur en een granieten plakkaat met een Jacobsschelp gravure. Een rondje om de kerk toont geen andere ingang en ook bij de rode Sint-Joseph-kerk direct om de hoek is alles dicht. Misschien weten ze iets bij de Tourist Info tegenover de Citadelle.
Stempelen!
Wanneer we het pand van de Tourist Info binnenlopen kijkt de hostess direct erg vrolijk en welkom op. Nog voordat we het kunnen vragen geeft ze aan dat zij de stempel van de Jacobskerk hier heeft liggen. We krijgen een afdrukje, en opnieuw in rode inkt. De kerk is niet meer in gebruik. Los van de wintermaanden komt er hier gemiddeld zo’n enkele keer per dag iemand de stempel vragen. Het toilet wordt ons gewezen, en we kunnen water bijvullen: “U bent hier welkom”. Wij waren al voorzien en bedanken de mevrouw voor de stempel en haar hartelijkheid.
We steken de brug over en komen aan op het moderne plein aan de voet van de rots waarop de Citadelle is gebouwd. Hier is nog meer politie en ze verwachten blijkbaar hoog bezoek. Via de noordelijke oever van de Maas lopen wij verder. Op de promenade direct aan het water wordt door pyrotechnici een flinke vuurwerkshow klaargezet. Wij moeten even wijken en lopen via het verhoogde deel van de wel. Een verhit stel op fietsen en met velgekleurde gele hesjes doet onze wenkbrauwen fronsen. Ze zijn duidelijk niet in hun nopjes met elkaars navigatie-skills en foeteren er op los. Mensen, maak je niet zo druk.
Bij het binnenlopen van Wépion treffen we een tegenovergesteld stel aan. Steeds groeten we vriendelijk met ‘bonjour’, en krijgen bij een langer blond stel bij een bankje een onvervalste Hollandsche ‘Hallo!’ terug. Ze herkenden de Friese vlaggetjes aan onze rugzakken en willen zelf zo graag samen op de foto. Of wij die even willen maken. Ze springen op uit hun toeristische almanak en willen graag met de grote rotsen van de overkant op de foto. Best. En of wij ook dezelfde pose willen? Best, nu we er toch zijn. Zelf zijn ze ook fanatiek wandelaars en hebben al menig route voltooid, maar vanwege de meneer zijn knieblessure kan dat nu even niet en touren ze met de auto. We worden er nog even op gewezen dat de rots achter ons vol hangt met tientallen beklimmers. En inderdaad, als we heel goed opletten zien we de miniatuurpoppetjes verspreid over het hele massief een weg naar boven klauteren.
Dikke villa’s
Even later zien we aan de overkant het roze Château de Dave. Wat een enorm pand. Hier wonen al sinds de 12e/13e eeuw voorname families. Wanneer het eerste kasteel is is gebouwd is niet bekend. Het huidige is begin 1800 herbouwd nadat eerdere exemplaren waren verwoest en is op dit moment in handen van adellijke families die o.a. diverse Spaanse titels mogen voeren.
De benen worden moe. We moeten nog een paar kilometer. We passeren de schutsluis van Tailfer terwijl er een enorm binnenvaartschip binnenvaart en tot op enkele decimeters na de gehele sluis vult. Twee kilometer later lopen we Profondeville binnen dat in een scherpe kronkel in het Maasdal is gebouwd. Terwijl Baudien een sanitaire stop inlast bij een bar in het centrum bezoek ik kort de kerk van Sint-Remi. Een stempel vind ik er niet. Wel is er gelegenheid tot het branden van een kaarsje.
We gaan verder, op naar de lokale supermarkt die hier verderop zit. We kopen wat groenten, pasta en een brood voor de laatste dag. Dan keren we via het station van Lustin terug naar het huisje om de gekochte waren direct om te zetten in een maaltijd. Na het eten en douchen gaan we verder met de puzzle van de avond er voor, die we in no-time vol leggen. En we spelen Quickstop die we van Nynke hadden meegekregen. Hoewel de kniebrace zijn werk goed heeft gedaan blijkt er wel een ander fenomeen opgetreden wat we na een aantal Googletjes diagnostiseren als Hikers Rash. Een pijnlijke ontstekingsachtige zwelling over het gehele contactvlak van schoen en sokken. Los van rust schijnt er op dit moment niet al te veel aan te doen te zijn. Hopen dat het morgen beter aanvoelt.
Dag drie
Na een rustige nacht kijken we hoe de sterren ons gezind zijn. De door een puzzel ingewisselde escape-spel-traditie, de boom die ons pad versperde vanwege de zieke forestier, twee rode stempels op één dag, Dinant als bijna eindbestemming, aankomende keuzestress voor Olloy-sur-Viroin, het bleek het universum toch te veel. De hikers rash is nog niet echt afgekoeld en lopen is eigenlijk geen optie. Al helemaal niet voor nog zeker 20 kilometer tot voorbij Dinant. Dus knop om, en accepteren. We ruimen onze spulletjes op en keren in vier uurtjes terug naar het hoge noorden, waar we elk moe maar voldaan weer huiswaarts keren.






































