Na een herhaald avondritme starten we ook deze ochtend gelijk aan gisteren. Opfrissen, aankleden en dan vers brood van de bakker. Het is de laatst dag van onze trip, dus pakken we de tassen in en ruimen de boel op. Jorrit rijdt vast de auto voor en dan zien we hoe fris het is, want er ligt zelf een laagje ijs op het dak van de auto. Spullen in de achterbak, racefiets op de drager, all aboard!
In opnieuw een kwartiertje rijden we terug naar Croix André, waar we bij hetzelfde bankje worden gedropt. Jorrit zal alvast doorrijden naar Huy en daar in de regio gaan fietsen. Het is nu exact 9:00 uur en over een uur of vier verwachten ook wij daar aan te komen en aan de schuiven voor een laatste lunch. Maar eerst nog maar even wat stappen gaan zetten.
Dauwtrappen
Croix André bestaat uit twee paralelle wegen, waartussen en omheen enkele tientallen woningen staan. Ergens tussendoor is een paadje met een speeltuin waar de Jacobsroute ons langs leidt. Het hoge gras is nog erg nat van de ochtenddauw. Net buiten het dorp wordt het direct weer heuvelachtig. Op deze vroege vrijdagochtend zijn er werklui bezig met onderhoud in de hoge hoogspanningsmasten.
Even later komen we aan bij een grote weg, de Route du Condroz. Hier wordt in beide richtingen tweebaans 90 kilometer per uur gejakkerd, dus met extra alertheid steken we over. We komen aan bij het dorpje Saint-Séverin. De Jacobsroute brengt ons tot een de kerk met de omvangrijke naam “Église Saints-Pierre-et-Paul de Saint-Séverin-en-Condroz”. Helaas voor ons is de kerk gesloten en is de kans op een stempel hier verkeken.
We hebben een H…
Via verschillende straatje en paadjes lopen we al gauw het volgende dorpje Fraineux binnen, waar we het hoogste punt van vandaag bereiken. Over de Rue de la Chapelle dalen we steeds verder totdat bij een misstap de pijnscheut bij Baudien in haar knie schiet. Oei, dat doet pijn. Dat maakt het lopen wel erg pijnlijk, en een afdaling die nog een paar kilometer duurt helpt ook niet mee. Toch weet ze zich met behulp van de wandelstokken staande te houden en op een wat voorzichtiger tempo stappen we door.
We doorkruisen het stadje Villers-le-Temple, ooit één van de commandocentra van de oude Tempeliersorde. De kerk zou zelfs nog een grafsteen uit 1273 bezitten, van de oorspronkelijke stichter Gerard de Villers. Maar ook hier is de kerk gesloten. Langs de muren van de oude commanderij en de ronde stenen toren uit de 15 eeuw lopen we het dorpje uit.
De eenzame fietser
Als we het dorpje Les Gottes verlaten komen aan bij een weg in onderhoud. De lokale N684 wordt opnieuw aangelegd, en mist nu alleen nog de laatste toplaag. Uitkijken hoeft niet, want er rijdt toch geen verkeer. Of? Wie komt daar nu aanfietsen? Daar hebben we Jorrit. Tegen lunchtijd was hij al klaar met zijn fietsroute, maar zag dat wij nog op een flinke afstand waren. Hij besloot ons even op te zoeken en kreeg bij deze mee dat we wat vertraging hadden opgelopen door de vanmiddag ontstane knieblessure. Geen probleem verder. Jorrit besluit nog een ommetje te maken zodat wij het laatste uurtje kunnen afronden.
Het wordt langzamerhand iets vlakker, wat de belasting op Baudien haar knie ten goede komt. Wel weten we dat het laatste stuk het steilste is, want in onze eindlocatie Huy zullen we via De Muur, bekend bij menig wielrenner of wielerfan, afdalen naar de Maas. Dit stuk heeft hellingen van tot 19%.
En dat dat rete steil is zien we maar al te gauw. Aan de zuidkant lopen we Hut binnen op een hoogte van zo’n 230 meter. We zien bordjes voor een kabelbaan, en zijn hier blijkbaar bij het bovenstation. Het gehalte aan wielrenners neemt ook toe. Twee dagen geleden is hier nog de klassieker Waalse Pijl gereden, waarvan de laatste drankhekken en toilethokjes nog moeten worden opgeruimd.
De Muur van Huy
De weg kromt zich hier al gauw naar beneden en extra voorzichtig wandelen we neerwaarts over De Muur, die officieel de Chemin des Chapelles heet. En inderdaad, om de paar honderd meter staat er hier een religieus ingericht kapelletje. Wat later dan initieel verwacht komen we aan in het centrum van Huy, waar Jorrit ons tegemoet komt rijden. We zoeken een plekje voor de lunch en vinden een fijn terrasje op de grote markt bij het stadhuis.
Na ons broodje lopen we het allerlaatste stukje van de route. Na de diverse gesloten kerken onderweg is de Notre Dame van Huy wel geopend. Het gebouw is van binnen sober belicht, maar de enorme glazen rozet in de westelijke gevel licht prachtig op en geeft een kleurig schouwspel. We vragen een beheerder of ze een stempel voor de camino hebben, en we mogen meelopen. Vanuit een ruimte achter slot en grendel wordt een stempel gehaald en krijgen we die bijgezet in ons stempelkaart. Die is binnen. Nu kunnen we met een gerust hart naar huis.
Jorrit had de auto verderop aan de rivier geparkeerd. Inpakken, nog even tanken en dan de lange rit naar huis. Na een korte eetpauze bij Roermond rijden we ook nu prima door en komen we rond acht uur in de avond aan bij de carpool in Joure waar Marjan al klaar stond.
Het was weer genieten deze dagen. Echt een soort mini-vakantie. Eerder liepen we steeds twee dagen, met een overnachting er tussen. Maar met een derde dag kom je in een nog andere staat, heerlijk!





































