We mogen weer! Met het mooie weer in aantocht vonden we het de allerhoogste tijd om de Jacobswegen op te zoeken. Alweer eind oktober zijn we bij Eijsden Nederland uitgelopen en eindigden we in Visé (Wezet). Een half jaar later keren Baudien en ik terug, mét privéchauffeur Jorrit die zelf in België fietsend de omgeving gaat verkennen.
Vanuit Joure carpoolen we in drie en een half uur rustig naar België. Het is een doordeweekse woensdag. Rond de ochtendspits bij Arnhem is het iets drukker, maar verder rijd het prima door. Visé is het eerste stadje over de grens en we nemen de afslag. Vanwege een markt moeten we een stukje omrijden en komen dan aan bij het treinstation. Baudien en ik stappen uit en zullen vanaf hier al wandelend verder gaan. Jorrit rijdt alvast naar het vooraf geboekte huisje verderop in Esneux en zal daar vandaag gaan fietsen.
Nadat we Jorrit hebben uitgezwaaid lopen we parallel aan de snelweg een smal paadje voor de huizen langs. Voor de oplettende autorijder die wel eens richting Luik is gereden is dit het stuk net over de grens. De Maas ligt rechts van de snelweg. Een dubbel treinspoor links, en weer links daarvan een hoge betonnen muur waarop een lang lint huisjes voor de bergrand is gebouwd. Betonnen bruggen, geluidswallen en andere bouwsels geven het een wat ouderwets uiterlijk.
Aan de zuidkant van Visé moeten we een pad linksaf omhoog. Het is de Chemin de Richelle, die ons binnen een kilometer 75 meter hogerop laat lopen. Hier zit meer geld, want de huizen er percelen waar ze op staan worden groter en zijn netter onderhouden dan wat we van België gewend zijn. Het valt ons op dat er ook best veel gebouwd wordt. Hier op hoogte heb je zo nu en dan een mooi overzicht over het Maasdal waar de snelweg richting Luik kronkelt.
Wit hout
Net voorbij het dorpje Richelle komen we uit op de Rue de Wixhou. Een lokale weg vanuit het dal waar op allerlei plaatsen stapels met autobanden zijn neergezet, straatmeubilair, muurtjes, van alles is ‘beveiligd’. Het blijkt vanwege de wielerklassieker Waalse Pijl, die hier straks langs zal trekken. Die route loopt vanaf hier in 200 kilometer door de wijde omgeving via Esneux naar Huy, waar de renners een aantal keer De Muur moeten op denderen voordat ze ook daar zullen finishen. Van dit spektakel krijgen wij vandaag verder niet zoveel mee. Al hopen wij over de Jacobswegen over drie dagen op precies de zelfde plek te finishen: De Muur van Huy.
Na twee bochten komen we op een gravelweg richting Wixhou. Volgens Wikipedia een verbastering van Wit Hout, waarvan ooit iemand een Mariabeeldje zou hebben gevonden. Op die plaats is later een kerk gesticht, waar wij langs komen te lopen. De ramen en deuren zijn dichtgespijkerd met houten platen. Hier zullen we geen pelgrimsstempel kunnen halen. Via een steeds smaller en steiler dalend bospad lopen we naar het dal waar de Etangs de la Julienne liggen. Een paar grotere vijvers, waarnaast men een houten sportparcours heeft aangelegd en er is een lunchcafé.
Piephondje
Op de landkaart kronkelen we hier door bebouwd gebied met links en rechts van ons dorpjes. Maar voor ons ziet het er bosrijk uit en hebben het idee juist door een vrij natuurlijke omgeving te lopen. Zo nu en dan volgt er een steviger klimmetje en we komen op ruim 180 meter te lopen. Daarbij trekt de wandelroute ook weer dichter bij de Maas waardoor de hoogteverschillen met het dal nog duidelijker worden.
Dan slaat het pad met een scherpe bocht af naar rechts. Van de asfaltweg af, een smal wandelpaadje in. Nog geen 100 meter verder komt er een heel klein keffend hondje om ons heen dartelen. Geen baasje te zien. Waar zou die bij horen? Baudien vind het zielig voor het beestje en besluit terug te lopen naar de huizen bij de asfaltweg. Ondanks alle pogingen wordt er bij geen van de woningen gehoor gegeven. Dan zal het wel goed zijn. We laten het piepende beestje achter en lopen verder.
Precies op de helft van de wandelroute van vandaag zien we voor ons het weggetje naar beneden duiken. Maar de Jacobsstickers geven aan dat we linksaf nog iets verder de berg op moeten via een smal pad dat aan weerzijden is afgekaderd door prikkeldraad. Vlak voordat we helemaal boven zijn schrikken we nog even op van een meneer met twee honden. De meneer zit genoeglijk op een bankje in de zon, maar één van zijn hondjes, de felste, luistert niet direct: “Jimmy, non! Non!“. Luid blaffend laat het beestje weten niet gediend te zijn van onze aanwezigheid. Gelukkig voor ons zit hij aan de andere kant van het prikkeldraad en kunnen wij een soort van veilig passeren.
Vanaf hierboven hebben we een ruim overzicht richting Luik. De bruggen over de Maas, het Citadelle ziekenhuis aan de andere kant op de berg en diverse grote woon- en werktorens. Dan krijgen we vanaf hier de steilste afdaling van de dag. Binnen een kilometer daalt de route meer dan 100 meter, en komen we aan bij Jupille-sur-Meuse aan de randen van Luik. Of Liège zoals het hier wordt genoemd.
Belgische wafels, Luiks of Brussels…
Aan deze kant van de stad zien we nette huizen, nette straten en onderweg wordt opnieuw best veel gebouwd. Langs het station van Bressoux komen we aan bij de Maas. Over de Pont de Atlas steken we de rivier over die hier wel een meter of 200 breed is. Langs de noordkade van de Maas lopen we richting het centrum van Luik. Ook hier is men de afgelopen jaren flink bezig geweest met opknappen. Nieuwe trambanen en stations, nette fietspaden.
Ter hoogte van de volgende brug trekken we wat verder het centrum in. We komen o.a. langs de beroemde Montagne De Bueren: de oneinde trap richting de Citadelle bovenop de berg. Die stappen slaan wij over, en via het drukkere toeristische centrum lopen we richting onze eerste mogelijke stempelplaats: de Sint Pauluskathedraal. Totdat Baudien ingrijpt. We zijn in Luik. En we lopen langs een boulangerie (bakker). Dat kan maar één ding betekenden: een Luikse wafel scoren!
In haar opmerkelijk goede Duolingo-Frans bestelt Baudien twee verse wafels. Maar voordat we die mogen opeten gaat de wandeltas nog een keertje open en pakt ze een tekening. Net als de route door Nederland maakt Baudien per wandeldag een symbolische tekening met daarbij een symbolische levensvraag. Voor de etappe vanaf Luik had ze een tekening van de Luikse wafel gemaakt. Hoe passend om dan precies hier een wafel te vinden. Lekker!
Tijd voor een stempel
We lopen door naar de kathedraal en worden binnen verwelkomt door twee zeer aardige dames. We vragen naar een stempel, en de dames worden direct enthousiast. De stempel ligt binnen handbereik en we krijg ze bijgezet in de stempelkaart en in ons fonkelnieuwe dagboek. We bedanken de dames, maken nog een paar fotootjes in de kathedraal en lopen dan verder naar de volgende stop: de Jacobskerk. Ook een enorm gebouw, maar buiten is het hier een stuk rustiger. Via een aangebouwd halletje lopen we naar binnen. Ook daar is het rustig.
Aan de overkant van het gebouw staat een tafeltje waaraan een ingetogen gastheer en -vrouw ons verwelkomen. De mevrouw hoort dat we uit Nederland komen, en ze antwoord in goed verstaanbaar Nederlands dat we uiteraard een stempel krijgen. Maar we moeten ook zeker even een kijkje nemen bij de Jacobs-relikwie verderop in de kerk. We krijgen een korte rondleiding waarin ze de beelden aan het plafond toelicht en levert ons daarna af bij het vergulde altaar van de Jacobs-relikwie. Het stuk armbot zou al in het jaar 1056 meegenomen zijn na een bedevaart vanuit Santiago de Compostella.
Met de trein naar Esneux
We verlaten de Jacobskerk en steken de Maas over naar het zuidelijke deel van het (schier)eiland in de rivier. Langs het kunstmuseum La Boverie en het druk bezochte park verlaten we het eiland aan de oostkant van de Maas, om direct het volgende riviertje de Ourthe te passeren. Dan komen we aan bij het station van Angleur. De ingang van het stationsgebouw is iets verstopt aan de achterkant, maar we weten het te vinden. We kopen een kaartje en begeven ons naar perron 4. De etappe van vandaag zit er op. Sporthorloges op stop, en nog even een kwartiertje wachten op de trein.
Dit voorjaar hebben we al heel wat wandelingen gehad, waarbij we ons steeds hebben afgevraagd wanneer er nu eens wat lekkerder temperaturen zouden komen. Vandaag zijn de gebeden gehoord en was de dag warm. Kortebroekenwarm, terwijl wij juist in lange broek en in de volle zon op het perron wachten. Dat is even wennen, maar dat wennen is geen straf. Met de intercity richting Luxemburg rijden we één stop mee en stappen uit in Esneux. Als het goed is heeft Jorrit zijn fietstocht ook om en nabij voltooid. We lopen naar het appartement en zien Jorrit daar al lekker in de vensterbank zitten zonnebaden. Tijd voor een welverdiende frisse douche.
Avondeten: pizza moyen
Na het douchen halen we eerst nog even een paar boodschappen bij de supermarkt om de hoek. Wat yoghurt en fruit voor het ontbijt, een drankje voor de avond. Voor het avondeten gaan we zo op zoek naar een eettentje en we belanden bij een pizzeria bij de brug. Hij smaakt prima. Dan nog een ijsje opgepikt bij de nachtwinkel er tegenover en we kunnen terug naar het huisje. We hebben genoeg gelopen vandaag. Omhoog met de beentjes.
Omdat de zon al achter de heuvel is gezakt koelt het zo op de avond flink af en is ons chill-moment op het dakterras van korte duur. We gaan lekker binnen zitten. Nynke had nog een leuk boekje geknutseld waarin Baudien en ik elke dag iets moesten invullen. Daarna hebben we zoals bij de meeste wandelweekendjes weer een escape spel gespeeld. Hij zat prima in elkaar, maar wij na een lange dag niet meer. Te moe om nog helder na te denken. Dan maar mooi op tijd op bed. Morgen weer een dag!






















































