We wilden vroeg opstaan en hadden afgesproken de wekkers op half acht te zetten. Hoewel we redelijk geslapen hebben staan we los van elkaar al eerder op. Jan op zijn eigen slaapverdieping op de tweede. En de tortelduifjes in de ruime uitbouw beneden, achterin het huisje. Had ik al gezegd dat het een erg riant huis is voor drie personen?
Wanneer de heren elk hun badkamer uit komen lopen en zich naar de woonkamer begeven gaat de voordeur open. Kwart over zeven, en Baudien is al naar de verse bakker geweest aan de overkant van de rivier. Verse croissants, en lekker geurend zwaar brood. We kunnen ontbijten! Nomnom!
Na een rustig ontbijtje hint de immer punctuele wandelaarster des huizes dat het verstandig is om alvast naar het station te lopen om terug te keren naar Angleur. Jorrit zal vandaag richting Malmedy fietsen, en daarna bij terugkomst ons opzoeken voor de taxi-rit terug naar het huisje. Goed idee, en nooit verkeerd om op tijd te zijn als je nog afhankelijk bent van OV. Misschien is de spoorovergang wel druk, of een rij bij de kaartjesautomaat, je weet maar nooit.
Maar het is rustig op de weg, en in no-time staan we op het station. En die rij bij de kaartjesautomaat is er evenmin, maar dat komt omdat hij buiten werking is. “Hors service” geven de afzetlinten aan. En nu? We vragen het aan een medereiziger die aangeeft dat je eenvoudig een ticket kunt kopen bij de conducteur. Prima.
Tout a droit!
Het station van Esneux ligt in een dal (van rivier de Ourthe) en omdat het nog vroeg is hangt de zon nog achter de bergen. Dat maakt het een erg frisse ochtend. De weerberichten waren vol overtuiging dat het een warme dag zou worden, maar de kordaat aangetrokken korte broeken bieden nu nog even niet zoveel warmte. En dan komt eerder dan verwacht een trein het station binnenrollen. De informatievoorziening is hier erg summier in vergelijking met wat wij van Nederlandse stations gewend zijn. We weten niet zeker of deze trein wel naar onze bestemming gaat. Op de rand van het fluitsignaal trekt Baudien een drafje naar de conductrice, die iets nors aangeeft dat hij inderdaad naar Angleur gaat. We mogen nog naar binnen maar worden directief “tout a droit” gestuurd, rechtsaf, helemaal naar achteren. OK?
De trein begint te rijden en de conductrice vervolgt haar taak. Pasjes scannen, abonnementen checken, dagkaarten knippen met een ponstang. Op haar dooie gemakje en zo nu en dan een tussenstop van deze stoptrein werkt ze de menigte af richting achteren. Op de routeborden in de trein tellen de stations af en pas bij de laatste stop voor Angleur is ze bij ons beland. Dan neemt ze alle tijd om met haar smartphone tickets voor ons te bestellen. De verbinding zit nog niet mee, maar enkele minuten voordat we er zijn is het gelukt. Pfieuw, net op tijd.
Dan kunnen we echt beginnen. Station af, startfoto, en de routepaden volgen. Al na 200 meter wijzen de blauwe stickers met gele Jacobsschelp ons een wandelpad de bossen in. Via een smal pad maken we direct een hele hoop hoogtemeters. Tussen de bosjes door is het uitzicht indrukwekkend en worden de details van Luik en Angleur steeds kleiner. In een paar kilometer lopen we dwars door de bossen richting een terrein van een universiteit, en sportcomplex en het universitair medisch centrum.
We hebben een beller
Op hoogte steken we dit gebied over totdat we opnieuw het dal van de Ourthe inkijken. Wat zitten we hier hoog zeg. En het wandelpad wordt uitdagender. Net liepen we vooral op vrij brede bospaden, al dan niet verhard met gravel, maar nu lopen we op een soort van bergkam met rechterop staand scheef gesteente, waar bomen lastig in kunnen wortelen. Daardoor is de ondergrond erg oneffen en moet je stap voor stap uitkijken waar je loopt. Op de zelfde hoogte volgen we een deel van de loop van de Ourthe, terwijl we worden gebeld door een vriend en al wandelend met z’n drieën even bijkletsen.
Nabij Rosière krijgen we een pittige afdaling . Binnen een kilometer lopen we 180 meter lager langs het water van de rivier en komen we even later aan bij Esneux. In de zelfde straat als ons verblijf vinden we een gezellig drukke lunchroom. We bestellen een koude cola. Baudien heeft een stokbroodje brie en zelf kies ik de croque monsieur (tosti), met grrrrroente zoals de meneer in zijn beste Nederlands met heftig Frans accent aangeeft, en waarmee hij twee blaadjes sla en een schijf tomaat bedoeld. Het eten is prima en we maken ons op voor de laatste kilometers. Het doel is Berleur, dat nu nog op een kilometer of acht ligt, maar wel na een paar flinke klimmetjes. En als, maar alleen als, we goede benen hebben, dan kunnen we eventueel nog een uurtje doorlopen naar het volgende dorp, zodat de etappe van morgen iets compacter wordt. We zullen zien.
Klimmen langs de Leerlooiersbeek
We keren terug naar de route aan de zuidkant van Esneux en mogen gelijk weer klimmen. De volgende drie kilometers alleen maar omhoog. Niet enorm steil, maar je voelt het wel. Langs de Leerlooiersbeek (Ruisseau de la Tannerie) trekken we dieper de bossen in. Zo nu en dan komt er een mountainbiker langs zoeven. Zowel als tegenligger naar beneden, maar ook voor ons uit omhoog. Het helpt overigens wel enorm dat ze naar ons idee allemaal met elektrisch ondersteunde modellen fietsen.
Aan het einde van de beek is er een korte zigzag naar nog hogerop en komen we op de 250 meter hoogtelijn te lopen. Daarna brengt een afdaling met stukken van ruim -20% ons weer binnen enkele minuten de helft lager. Nu lopen we Berleur binnen. Een lintdorpje dat we vooraf vanwege een nabije bushalte als eindlocatie hadden gepland. Maar Jorrit is al klaar met fietsen, dus hij kan ons ophalen waar we willen. En onze benen zijn nog prima. We zijn dan al bijna 7 uren onderweg, maar kunnen eigenlijk nog wel even door. Dat scheelt morgen ook weer. We geven het door aan Jorrit en stappen verder.
Aan het eind van Berleur slaan we rechtsaf opnieuw de bossen in. De routestickers voeren ons naar een smal pad wat opnieuw vrij steil omhoog gaat. Met losse gravel en keitjes. Echter doorstappen kunnen we niet, maar we hebben alle tijd. Het weer is perfect, de spraakwaterval ook nog niet opgedroogd, dus stapje voor stapje komen we er wel. Na een ruim uur komen we het dorpje Croix André binnenlopen. Ook hier heeft men geld en aandacht voor de huizen gehad. Grote woningen, goed onderhouden tuinen, het lijkt eigenlijk bijna on-Belgisch netjes. We trekken het dorpje door en aan de westkant, waar de wandelroute afbuigt, bellen wij onze chauffeur. Jorrit kan er in een kwartiertje zijn, dus ploffen wij neer op een bankje bij het kruispunt.
Ne pas de pinpas
Jorrit retourneert ons in een kwartier naar het verblijf in Esneux. Het avondritueel van gisteren herhalen we. Even douchen, een boodschap bij de supermarkt en daarna opzoek naar een warme hap. Deze keer nemen we plaats bij brasserie Les Tuileries aan het begin van onze straat. We bestellen allemaal een burgermenu en het smaakt prima. Na de eenvoudige Ola-ijsjes van gisteren willen we nu een dessert scoren bij de ijssalon aan het andere eind van de straat. Helaas zijn die een uur geleden al gesloten.
Dan zien we dat aan deze kant van de brug ook een nachtwinkel zit. Wederom zo’n klein volgepropt winkeltje. We nemen allemaal een kersenvariant van de Magnum, als de betaling echter lukt. De winkelhouder roept in half Indisch/Frans dat het niet de bedoeling is dat we met een pinpas betalen. Niet op de telefoon, niet contactloos, niet met een pas insteken. Gewoon niet. We verstaan de meneer nauwelijks, maar even wapperen met fysieke eurobiljetten begrijpt de man wel. We kunnen betalen. Al ijs-etende slenteren we langs de rivier terug naar ons huisje. Nog even wat op de telefoon scrollen, nog een glaasje cola, maar dan besluiten we al mooi op tijd dat het genoeg was voor vandaag. Moe en voldaan zoeken we de bedjes op. Morgen alweer dag drie!





































